zondag 20 mei 2012

Matatu's in Kenia

Reizen met een matatu is zo gek nog niet. Alhoewel je soms wel over een flinke dosis durf moet beschikken.


De matatu, afkomstig van het wordt ‘tatu’ wat drie betekent in het Swahili, en zo genoemd door vroegere amerikanen die met z’n drieen een busje wilden huren, is de meest gangbare manier van publiek transport in Kenia. Een soort sociale manier om nieuwe contacten te leggen. Tenminste voor mij. De meesten stappen of wurmen zich met veel moeite naar binnen en laten zich zonder een woord zakken op de stoel of het plankje wat tussen de stoelen gelegd wordt als er geen plaats meer is. Veertien mensen mogen er officieel in, dat dit in werkelijkheid wordt overschreden is meer regel dan uitzondering.

Op een zondag in april stond ik langs de weg bij Kwa Heri te wachten om naar Thika te gaan toen een overvolle matatu stopte. Een slanke, sportieve jongen sprong met een behendige sprong vanaf de voorstoel op het zand langs de weg. Ga maar zitten, gebaarde hij. Hoezo? Jij zit daar toch? Nee, ga maar zitten. De jongen wurmde zich tussen de mensen die achter de voorstoelen zaten en hingen. Ik klom naar binnen en ging naast een in prachtig groen geklede Keniaanse vrouw zitten.

‘Ken je me niet meer?’ vroeg de chauffeur. Ik keek hem aan, zijn gezicht kwam me vaag bekend voor maar ik zie daar zoveel gezichten dat ik echt niet wist wie hij nou ook alweer was. ‘Ja, tuurlijk ken ik je nog wel, ik ben alleen je naam vergeten’. Ik vond het niet erg sympathiek overkomen als ik nu zou zeggen dat ik me hem echt niet kon herinneren. ‘Lawrence’, antwoordde hij. Ergens heel ver weg ging er een belletje rinkelen. Had ik hem niet in februari een keer ontmoet. Ik ondernam een poging. ‘Ben jij niet die jongen die aan het sparen is voor een eigen matatu en daarna een huis’. Met een brede lach keek hij me aan. Ja Ellen dat ben ik, hoe is het in Holland. Verbazingwekkend dat dit bij hem was blijven hangen. Ik weet nog dat hij enorm veel indruk op me gemaakt had omdat hij niet zoals zo velen hier alles maar laat sloffen, maar deze jongen had een doel voor ogen. Hij wilde pas met een gezin beginnen als hij zijn eigen matatu had en een eigen huis.

De vrouw naast me begon al snel tegen me te praten. Het was een vrouw van achterin de veertig. Een prachtige gezicht en op z’n zondags gekleed. Een schitterende groene Afrikaanse jurk met een hoofddoek op en heel ingenieuze manier om haar hoofd heen geknoopt. Al snel waren we in een geanimeerd gesprek. Vier maanden geleden had ze haar zoon, een student medicijnen, verloren aan leukemie. Ze had enorm veel verdriet van zijn toch erg plotselinge overlijden en de heftige tijd rond de ziekte gehad maar was ijzersterk. God had dit op haar pad gebracht en wie was zij om zich mee te laten slepen door verdriet. Nee, ze moest sterk zijn. Omdat God dat wilde. Zij is bezig met de oprichting van een stichting in Kenia om jongeren met leukemie te gaan helpen. Een prachtige vrouw. We hebben gegevens uitgewisseld. You never know. Vlak voor het eindpunt van de matatu rit ging ze eruit. Op ziekenbezoek bij een gezin wat niets had. Om te helpen. Waar een matatu rit al niet toe leidt.

De terugweg met de matatu was weer van een heel ander soort. Het beginpunt van alle matatu ritten is Thika en van daaruit gaan er matatu’s vele richtingen op. Degene waar ik mee reis moet minstens naar Makutano rijden omdat de halte Kwa Heri dan zeker gepasseerd wordt. Normaal gesproken mogen er veertien mensen in een matatu. Ik was een van de eersten en met een tevreden zucht liet ik me naast een stevige vrouw op de bank achter de voorstoelen zakken. Helaas bleef het tevreden gevoel maar heel kort aanwezig want binnen no time kroop de een na de ander de matatu binnen. Of ik maar even door wilde schuiven. Hallo, daar zitten al twee mensen, dat gaat niet lukken. Kom, gewoon ff duwen en zorgen dat er nog iemand naast kan. Zucht… Inmiddels zitten we met vijf personen of een bankje waar er drie kunnen en mogen zitten. Officieel. Maar dat woord kennen ze niet zo goed in Kenia. Gewoon proppen tot het echt niet meer kan. Alleen voorin naast de chauffeur wordt de verkeersregel aangehouden dat er niet meer mensen dan zitplaatsen mogen plaatsnemen. Als je nu denkt dat we er waren, dan kom je bedrogen uit. Naast de vele mensen moesten er ook nog zakken met bananen, mango’s, hooi, jerrycans met water en nog veel meer mee. In de matatu maar ook bovenop het dak. Met veel krachtsinspanning werden zakken op het dak gegooid en vastgebonden met touw wat om de raamsponningen werd vastgemaakt. De achterbank bevatte inmiddels een flinke hoeveelheid reizigers. Kinderen moesten op schoot bij volwassenen en in de open stukjes tussen de stoelen werden houten plankjes neergelegd zodat ook daar nog minstens een persoon kon neerstrijken. Zitten kon je het niet meer noemen, als je nog een plaatsje wilde bemachtigen dan moest je je eerst naar binnen wringen en dan gewoon laten zakken. Op hoop van zegen. Eindelijk was de matatu vol. Ik telde alle hoofden. Nee dit kan niet, nog een keer tellen. Weer kwam ik op hetzelfde aantal uit. Veertien toegestaan, ging het door mijn hoofd, dan zou twintig toch wel de limiet moeten zijn. Nog een keer tellen en ook deze keer kon ik er niets anders van maken. Dertig personen waaronder een aantal kinderen waren in de matatu gepropt, inclusief de chauffeur en de jongen die het geld binnenhaalt en alle zit-, hang- en staplaatsen regelt. De auto zette zich voorzichtig in beweging. Met zo’n gewicht is het toch een flinke klus om op gang te komen. Naar mate de afstand vorderde, stapten eenpaar mensen uit maar hun plaats werd dan ingenomen door wachtende mensen langs de weg en enigszins verkreukeld en verkrampt kon ik me na een half uur uit de nog steeds volle mensen menigte worstelen. Ik had het overleefd en was blij dat ik mijn benen kon strekken. Iedere keer weer verbaas ik me erover dat dit wordt toegestaan. Dat de politie gewoon omkoopbaar is en na het stiekem in de hand gedrukt krijgen van wat shillingen zo’n matatu gewoon zijn weg mag vervolgen. Het is ook geen wonder dat de meeste doden bij verkeersongelukken te betreuren zijn met ongevallen met matatu’s.

Het is het meest populaire transportmiddel in Kenia en als ik daar ben, verplaats ik me net als de Kenianen bijna alleen met deze busjes. Het hoort erbij, het hoort bij Kenia en inmiddels ook bij mij.

zondag 22 april 2012


Joseph gaat de koekjes uitdelen
Terug in Kenia. Vanaf het moment dat ze in Kenia hoorden dat ik voor twee weken terug zou komen, kreeg ik het ene na het andere berichtje ‘welkom thuis’. Het geeft een warm en mooi gevoel om hier zo welkom te zijn.


Na een vlucht via Parijs en een reis van 16 uur in totaal, kwam ik woensdagavond aan op Nairobi airport. Ik werd opgewacht door twee jongens die bij Macheo werken en na een rit vol regen was ik eindelijk om elf uur in het vrijwilligershuis. Alsof ik niet weggeweest was.

De donderdag was meteen vroeg eruit. Een dag mee met Kim Rigamuh, social worker bij Watoto Wenye Nguvu en actief op gebied van micro finance groepen, om ervaring op te doen op dit gebied. Toen ik met George de chauffeur het terrein kwam oprijden, stond Mike Tyson in de tuin temidden van farm workers. Hij was aan het helpen met het onkruid weghalen. Op het moment dat hij mij naast George zag zitten, liet hij het werk de boel en sprintte achter de auto aan. Op het moment dat ik de deur opendeed, stond hij naast me en viel in mijn armen. Ook hij brengt de vakantieweken door bij Watoto, zij het zonder hoorapparaten. Wat bleek het geval. De leraar op de dovenschool wil dat hij de hoortoestellen uit doet zodra school is afgelopen omdat ze bang zijn dat andere kinderen zijn hoortoestellen vernielen. Ze worden daarom na schooltijd achter slot en grendel gedaan. Beetje vreemd want dit betekent dat hij alleen tijdens schooluren maar kan horen. Mogelijk dat we maandag iemand kunnen ontmoeten in Nairobi die ze komt brengen. Watoto is naar een andere school voor hem op zoek.Het was een gaaf weerzien met de kinderen die bij het kindertehuis Kusitawi wonen. April is vakantie maand van school en dus waren de meeste kinderen. Ik had een Nijntje blik vol met kinderkoekjes vanuit Nederland van mijn moeder meegekregen en die heb ik met theetijd uitgedeeld. Wat een feest, binnen no time kwamen ze overal vandaan en voor ik het wist was het blik leeg.

De rest van de dag heb ik samen met Kim drie projectgroepen bezocht.om ervaring op te doen en dingen te leren omtrent Micro financiering voor Circle4Life. Een drukke dag met heel veel nieuwe indrukken maar zeer geslaagd.

Even kijken hoe het staat...
Vrijdag was een dag voor Circle4Life. Eerst naar DISC in Donyo Sabuk om alle sponsorkleding voor het toernooi wat door Charles O'Chieng wordt georganiseerd af te geven, daarna langs het ziekenhuis in Kilimambogo en het aangrenzende kindertehuis om de baby te bezoeken die gesponsord gaat worden totdat de adoptie geregeld is. Daarna met de matatu door naar Thika om voor het eerst mijn boodschappen te gaan doen. Heerlijk gevoel om weer wat te eten in huis te hebben.
Vrijdagavond werd een ontspan avondje. Uit naar Nairobi om de Keniaanse opera 'Odienki' te gaan zien. Het was een gala avond geproduceerd door Baraka Opera Productions en gecomponeerd en geschreven door Frank (Francis William) Chandler, een oud Engels leraar aan de prestigieuze meisjesschool Limuru Girls School.
Eregast die avond was de president, rechter Joyce Aluoch, van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, een voormalig leerlinge van de school.
Het was een super avond. Het verhaal ging over een visser die zijn vrouw mishandelde en het hele dorp sprak schande van hem. Er was een verhalenverteller en een toverdokter die een vloek over hem uitsprak en aan het eind van de opera werd hij levenloos aan de oever van het Victoriameer gevonden. Het was een avond van zang, veel dans en prachtige outfits. Ik heb nog nooit zo'n gave opera gezien. Tijdens de voorstelling begon het te ontweren en de eerste zware donderslag leek onderdeel te zijn van de opera, maar het bleek buiten echt noodweer. Geregeld druppelden er grote druppels in rap tempo vanaf het plafond in de bak waar het orkest zich bevond. Na afloop was er nog tijd om wat te drinken en we hadden gedacht dat hiermede de zware regenval wel over zou zijn. Niets was minder waar, het was een hele klus om bij de auto te komen, die Marnix inmiddels had voorgereden, dwars door plassen en gutsende regen bij het instappen. Het werd een hel van een rit terug naar Thika. Het onweerde zwaar en de regen kwam met bakken tegelijk naar beneden. Niet gewoon veel regen, nee hozen. Daarbij was de weg naar Thika nog in aanbouw, is er geen verlichting of markering op de wegen en was het een flinke klus om veilig thuis te komen. Marnix deed het super. Het is ongelooflijk wat je onderweg tegenkomt. Brommers op de snelweg zonder licht, mensen die in auto's rijden zonder licht, bussen die gaan inhalen terwijl je geen hand voor ogen kunt zien. De weg werd soms secondenlang verlicht door bliksemschichten, wat een geheel een spookachtig beeld gaf. We reden met de alarmknippers aan om zo achteropkomend verkeer te waarschuwen. We zijn er gekomen en net voor twaalf uur waren we weer binnen.
Samen mens-erger-je-niet spelen
Zaterdag was een dag Donyo Sabuk. Ik was uitgenodigde om de certificaten van deelname uit te reiken aan alle twee en veertig jongeren die het april seminar wat door DISC (Donyo Integrated Sports Centre) was georganiseerd. Maar eerst heb ik bij DISC geholpen met het sorteren en samenstellen van de tenue's voor de teams. Alhoewel er eerst in gespeeld gaat worden, krijgen de drie winnende teams een tenue of shirt als prijs. Een geweldig kado en de coaches zijn dan ook erg blij met dit vooruitzicht.
Na samen met Charles de certificaten gemaakt te hebben, heb ik me met wat kleine kinderen bezig gehouden die de spelletjes bij DISC inmiddels hadden ontdekt. Niet dat ze wisten hoe ze domino of mens-erger-je-niet moesten spelen, maar de pret was groot. Samen met drie jongetjes van rond de acht heb ik een paar keer domino gespeeld en ze uitgelegd hoe dat werkt. Daarna wilden ze mens-erger-je-niet spelen en ook dit heb ik uitgelegd en al snel speelden ze het samen. Echt zo gaaf om te zien. Kinderen die vorige week nog nooit een spelletje hadden gezien, laat staan gespeeld, pakten het nu op alsof ze nooit anders gedaan hadden. Super!

Voor meer informatie over de activiteiten voor Circle4Life kun je terecht op www.circle4life.nl/nieuws
Hierop worden alle informatie, nieuwsbrieven en projecten geplaatst. Ook heeft Circle4Life een eigen facebook pagina op www.facebook.com/circle4life
 

vrijdag 17 februari 2012

Mwana Joshua

Zo troffen we Joshua aan
Inmiddels heb ik er al weer negen werkdagen op zitten. Achter elkaar. Morgen een dagje vrij en dan weer back to the community.

De werkzaamheden voor Circle4Life verlopen zeer voorspoedig, de besprekingen, de home visits, mijn trainee dagen met social workers. Alle berichten over de acties en projecten via Circle4Life zijn te volgen via www.stichtingcircle4life.blogspot.com


De dagen dat ik als trainee mee ga, zijn erg leerzaam. We maken heftige situaties mee. Ik volg de ochtendsessies met de social workers als zij de ervaringen van de vorige dag met de andere collega’s delen. De situaties worden besproken met elkaar en daarna gaat de groep op pad. Een van de bezoeken die we gedaan hebben, heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten.
Het eten voor de kinderen

We zouden een moeder met vier kinderen bezoeken, echter toen we aankwamen bij het huisje bleek er niemand te zijn. Het terrein rondom het huisje was een grote bende en pal voor het huisje was een soort kookplaats gemaakt die vol lag met rotzooi, een jiko met een soort deksel erbovenop stond tussen wat stenen, bij het oplichten ervan zagen we een laag rauwe bonen en mais die nog gepeld moest worden. De social worker was verontrust want er zouden hier kleine kinderen wonen maar die waren in geen velden of wegen te bekennen. Wel wisten we dat de moeder ’s ochtends vroeg naar haar werk ging en dat de kinderen ergens moesten zijn.
Door het raam zagen we grote bende, een vies oud dun matras lag in de hoek met een hele stapel kleren in de hoek.
Lekker in een warm badje
We besloten te wachten en na enige tijd kwam er een meisje aanlopen met een klein ventje aan haar hand. Het meisje droeg een schooluniform, het peutertje was bijna bloot op een te klein,kapot en erg vies shirtje na. Beiden liepen op blote voeten. We schatten het meisje rond de drie a vier jaar, het jongetje zo’n anderhalf. Toen ze dichterbij kwamen, schrokken we van het kleine kereltje. Een dikke buik en wondjes aan zijn voetjes. Zijn haren waren bruin en het was een echt ondervoed kind. Zijn zusje droeg in haar andere hand een bord met een vork, de kinderen waren waarschijnlijk op zoek naar eten geweest. Vol verbazing en ongeloof moesten we constateren dat dit kleine ventje dus gewoon alleen thuis gelaten werd en het huis niet in kon omdat dit afgesloten was met een slot. Er was niets te eten of te drinken voor hen. Ik heb de twee kleintjes water en granenbiscuit gegeven wat ik in mijn tas had meegenomen. Tegen vier uur kwamen er nog twee meisjes, het bleken de oudere zusjes te zijn. Zij kwamen van school terug en moesten nu aan het werk om eten te gaan maken. Er moest water gehaald worden, brandhout gezocht en daarna moest de mais gepeld worden en gekookt. Iets wat met rauwe bonen toch al snel een uur of drie zou duren. De wonden aan de voeten van het kleintje leken een soort zweren of beten van een beest. De onderkant van zijn linkervoetje was zwart en rafelig. Het zag er eng uit. Van het oudste meisje hoorden we dat de moeder ze om zes uur ’s ochtends buiten achterlaat. Ze kan het risico niet nemen om de deur open te laten omdat het huisje dan leeggehaald wordt. Als het meezit komt ze twaalf uur later weer terug. De kinderen zijn dus de hele dag op zichzelf aangewezen. We besloten de volgende dag terug te gaan en water, ontsmettingsmiddel en verbandmiddelen mee te nemen met een voorraadbak eten.
Zijn geblakerde voetje

We kwamen rond twaalf uur aan bij het huisje en tot onze grote verrassing bleek de moeder thuis te zijn. Ze werkt op een bloemenkwekerij en was tussen de middag naar huis gegaan om wat te eten te maken voor het jongetje. Met haar toestemming hebben we een warm badje gemaakt voor Joshua, het kleine jongetje. Ik had wat Dettol toegevoegd aan het water en hem van top tot teen gewassen. Daarna hebben we hem met zijn voetjes in het water gezet om te weken. De plekken op zijn voetjes zagen er naar uit, open en er waren er meer dan de dag ervoor. Hij had een rauwe hoest en toen kwamen de eerste gedachten door mijn hoofd dat hij weleens tb zou kunnen hebben. We hebben hem afgedroogd en in kleertjes gestoken die ik uit Nederland had meegekregen. Het was een heerlijk schoon mannetje. Omdat de situatie niet echt goed aanvoelde, heb ik met Grace besloten de moeder en het kind mee te nemen naar het ziekenhuis in de buurt. Zijn wonden werden verzorgd en het bleek dat zijn linkervoetje brandwonden had doordat hij in vuur gestaan had. Uit gesprekken met de moeder en social workers werd duidelijk dat dit een zeer triest gezin was. De moeder staat met haar rug tegen de muur. Ze woont met vier kinderen in een klein huisje, werkt zeven dagen in de week in een kwekerij tegen een hongerloontje en als de opzichter het niet zint, moet ze langer doorwerken of wordt er salaris ingehouden op het toch al kleine inkomen. Ze kan niet anders dan werken om iets voor haar kinderen te doen.
Nog even nageltjes knippen

Vandaag zijn we teruggeweest naar het ziekenhuis om rontgenfoto’s te laten maken van Joshua’s borstkas. Uitslag: TB in de zwaarste gradatie. Doordat hij ondervoed is, heeft hij totaal geen immuunsysteem meer. Gister had hij al antibiotica gekregen maar nu de TB diagnose is gesteld zou hij per direct over moeten op andere medicijnen. Wat schetste mijn verbazing? De artsen steggelden over het wel of niet geven van deze medicijnen omdat eerst de kuur voor de wonden afgemaakt moest worden, daarna zouden ze wel verder kijken. Toen wij uitlegden dat het ventje tijdelijk in een kindertehuis is opgenomen met alle risico’s vandien, konden er ineens wel medicijnen voorgeschreven worden die wel tegelijk met de antibiotica kunnen worden ingenomen.
In het ziekenhuis bij mama op schoot

Dinsdag moet hij terugkomen om te kijken of de medicijnen aanslaan, donderdag moet de moeder naar het ziekenhuis voor het checken van haar CD4 waarde (de moeder is HIV + en heeft al eerder aan de arv’s gezeten maar is hier zelf meegestopt omdat ze zich wel weer goed voelde) en ook bij haar en de drie andere kinderen zullen er rontgenfoto’s gemaakt worden.

We hopen dat Joshua snel op gaat knappen en weer terug kan naar zijn moeder en zusjes maar eerst gaan we zorgen dat de situatie veilig is. Een prachtjochie wat nog nooit speelgoed had gezien en niet wist wat hij met het rose telefoontje aanmoest wat ik voor hem had. Na lange tijd durfde hij het open te maken en op de knopjes voor de geluidjes te drukken. Om daarna op zijn knieen door de kamer van de dokter te gaan alsof de telefoon een auto was. Brommend als een motor kroop hij rond het bureau. Een kind is een kind. Ook hier!