zondag 20 mei 2012

Matatu's in Kenia

Reizen met een matatu is zo gek nog niet. Alhoewel je soms wel over een flinke dosis durf moet beschikken.


De matatu, afkomstig van het wordt ‘tatu’ wat drie betekent in het Swahili, en zo genoemd door vroegere amerikanen die met z’n drieen een busje wilden huren, is de meest gangbare manier van publiek transport in Kenia. Een soort sociale manier om nieuwe contacten te leggen. Tenminste voor mij. De meesten stappen of wurmen zich met veel moeite naar binnen en laten zich zonder een woord zakken op de stoel of het plankje wat tussen de stoelen gelegd wordt als er geen plaats meer is. Veertien mensen mogen er officieel in, dat dit in werkelijkheid wordt overschreden is meer regel dan uitzondering.

Op een zondag in april stond ik langs de weg bij Kwa Heri te wachten om naar Thika te gaan toen een overvolle matatu stopte. Een slanke, sportieve jongen sprong met een behendige sprong vanaf de voorstoel op het zand langs de weg. Ga maar zitten, gebaarde hij. Hoezo? Jij zit daar toch? Nee, ga maar zitten. De jongen wurmde zich tussen de mensen die achter de voorstoelen zaten en hingen. Ik klom naar binnen en ging naast een in prachtig groen geklede Keniaanse vrouw zitten.

‘Ken je me niet meer?’ vroeg de chauffeur. Ik keek hem aan, zijn gezicht kwam me vaag bekend voor maar ik zie daar zoveel gezichten dat ik echt niet wist wie hij nou ook alweer was. ‘Ja, tuurlijk ken ik je nog wel, ik ben alleen je naam vergeten’. Ik vond het niet erg sympathiek overkomen als ik nu zou zeggen dat ik me hem echt niet kon herinneren. ‘Lawrence’, antwoordde hij. Ergens heel ver weg ging er een belletje rinkelen. Had ik hem niet in februari een keer ontmoet. Ik ondernam een poging. ‘Ben jij niet die jongen die aan het sparen is voor een eigen matatu en daarna een huis’. Met een brede lach keek hij me aan. Ja Ellen dat ben ik, hoe is het in Holland. Verbazingwekkend dat dit bij hem was blijven hangen. Ik weet nog dat hij enorm veel indruk op me gemaakt had omdat hij niet zoals zo velen hier alles maar laat sloffen, maar deze jongen had een doel voor ogen. Hij wilde pas met een gezin beginnen als hij zijn eigen matatu had en een eigen huis.

De vrouw naast me begon al snel tegen me te praten. Het was een vrouw van achterin de veertig. Een prachtige gezicht en op z’n zondags gekleed. Een schitterende groene Afrikaanse jurk met een hoofddoek op en heel ingenieuze manier om haar hoofd heen geknoopt. Al snel waren we in een geanimeerd gesprek. Vier maanden geleden had ze haar zoon, een student medicijnen, verloren aan leukemie. Ze had enorm veel verdriet van zijn toch erg plotselinge overlijden en de heftige tijd rond de ziekte gehad maar was ijzersterk. God had dit op haar pad gebracht en wie was zij om zich mee te laten slepen door verdriet. Nee, ze moest sterk zijn. Omdat God dat wilde. Zij is bezig met de oprichting van een stichting in Kenia om jongeren met leukemie te gaan helpen. Een prachtige vrouw. We hebben gegevens uitgewisseld. You never know. Vlak voor het eindpunt van de matatu rit ging ze eruit. Op ziekenbezoek bij een gezin wat niets had. Om te helpen. Waar een matatu rit al niet toe leidt.

De terugweg met de matatu was weer van een heel ander soort. Het beginpunt van alle matatu ritten is Thika en van daaruit gaan er matatu’s vele richtingen op. Degene waar ik mee reis moet minstens naar Makutano rijden omdat de halte Kwa Heri dan zeker gepasseerd wordt. Normaal gesproken mogen er veertien mensen in een matatu. Ik was een van de eersten en met een tevreden zucht liet ik me naast een stevige vrouw op de bank achter de voorstoelen zakken. Helaas bleef het tevreden gevoel maar heel kort aanwezig want binnen no time kroop de een na de ander de matatu binnen. Of ik maar even door wilde schuiven. Hallo, daar zitten al twee mensen, dat gaat niet lukken. Kom, gewoon ff duwen en zorgen dat er nog iemand naast kan. Zucht… Inmiddels zitten we met vijf personen of een bankje waar er drie kunnen en mogen zitten. Officieel. Maar dat woord kennen ze niet zo goed in Kenia. Gewoon proppen tot het echt niet meer kan. Alleen voorin naast de chauffeur wordt de verkeersregel aangehouden dat er niet meer mensen dan zitplaatsen mogen plaatsnemen. Als je nu denkt dat we er waren, dan kom je bedrogen uit. Naast de vele mensen moesten er ook nog zakken met bananen, mango’s, hooi, jerrycans met water en nog veel meer mee. In de matatu maar ook bovenop het dak. Met veel krachtsinspanning werden zakken op het dak gegooid en vastgebonden met touw wat om de raamsponningen werd vastgemaakt. De achterbank bevatte inmiddels een flinke hoeveelheid reizigers. Kinderen moesten op schoot bij volwassenen en in de open stukjes tussen de stoelen werden houten plankjes neergelegd zodat ook daar nog minstens een persoon kon neerstrijken. Zitten kon je het niet meer noemen, als je nog een plaatsje wilde bemachtigen dan moest je je eerst naar binnen wringen en dan gewoon laten zakken. Op hoop van zegen. Eindelijk was de matatu vol. Ik telde alle hoofden. Nee dit kan niet, nog een keer tellen. Weer kwam ik op hetzelfde aantal uit. Veertien toegestaan, ging het door mijn hoofd, dan zou twintig toch wel de limiet moeten zijn. Nog een keer tellen en ook deze keer kon ik er niets anders van maken. Dertig personen waaronder een aantal kinderen waren in de matatu gepropt, inclusief de chauffeur en de jongen die het geld binnenhaalt en alle zit-, hang- en staplaatsen regelt. De auto zette zich voorzichtig in beweging. Met zo’n gewicht is het toch een flinke klus om op gang te komen. Naar mate de afstand vorderde, stapten eenpaar mensen uit maar hun plaats werd dan ingenomen door wachtende mensen langs de weg en enigszins verkreukeld en verkrampt kon ik me na een half uur uit de nog steeds volle mensen menigte worstelen. Ik had het overleefd en was blij dat ik mijn benen kon strekken. Iedere keer weer verbaas ik me erover dat dit wordt toegestaan. Dat de politie gewoon omkoopbaar is en na het stiekem in de hand gedrukt krijgen van wat shillingen zo’n matatu gewoon zijn weg mag vervolgen. Het is ook geen wonder dat de meeste doden bij verkeersongelukken te betreuren zijn met ongevallen met matatu’s.

Het is het meest populaire transportmiddel in Kenia en als ik daar ben, verplaats ik me net als de Kenianen bijna alleen met deze busjes. Het hoort erbij, het hoort bij Kenia en inmiddels ook bij mij.

zondag 22 april 2012


Joseph gaat de koekjes uitdelen
Terug in Kenia. Vanaf het moment dat ze in Kenia hoorden dat ik voor twee weken terug zou komen, kreeg ik het ene na het andere berichtje ‘welkom thuis’. Het geeft een warm en mooi gevoel om hier zo welkom te zijn.


Na een vlucht via Parijs en een reis van 16 uur in totaal, kwam ik woensdagavond aan op Nairobi airport. Ik werd opgewacht door twee jongens die bij Macheo werken en na een rit vol regen was ik eindelijk om elf uur in het vrijwilligershuis. Alsof ik niet weggeweest was.

De donderdag was meteen vroeg eruit. Een dag mee met Kim Rigamuh, social worker bij Watoto Wenye Nguvu en actief op gebied van micro finance groepen, om ervaring op te doen op dit gebied. Toen ik met George de chauffeur het terrein kwam oprijden, stond Mike Tyson in de tuin temidden van farm workers. Hij was aan het helpen met het onkruid weghalen. Op het moment dat hij mij naast George zag zitten, liet hij het werk de boel en sprintte achter de auto aan. Op het moment dat ik de deur opendeed, stond hij naast me en viel in mijn armen. Ook hij brengt de vakantieweken door bij Watoto, zij het zonder hoorapparaten. Wat bleek het geval. De leraar op de dovenschool wil dat hij de hoortoestellen uit doet zodra school is afgelopen omdat ze bang zijn dat andere kinderen zijn hoortoestellen vernielen. Ze worden daarom na schooltijd achter slot en grendel gedaan. Beetje vreemd want dit betekent dat hij alleen tijdens schooluren maar kan horen. Mogelijk dat we maandag iemand kunnen ontmoeten in Nairobi die ze komt brengen. Watoto is naar een andere school voor hem op zoek.Het was een gaaf weerzien met de kinderen die bij het kindertehuis Kusitawi wonen. April is vakantie maand van school en dus waren de meeste kinderen. Ik had een Nijntje blik vol met kinderkoekjes vanuit Nederland van mijn moeder meegekregen en die heb ik met theetijd uitgedeeld. Wat een feest, binnen no time kwamen ze overal vandaan en voor ik het wist was het blik leeg.

De rest van de dag heb ik samen met Kim drie projectgroepen bezocht.om ervaring op te doen en dingen te leren omtrent Micro financiering voor Circle4Life. Een drukke dag met heel veel nieuwe indrukken maar zeer geslaagd.

Even kijken hoe het staat...
Vrijdag was een dag voor Circle4Life. Eerst naar DISC in Donyo Sabuk om alle sponsorkleding voor het toernooi wat door Charles O'Chieng wordt georganiseerd af te geven, daarna langs het ziekenhuis in Kilimambogo en het aangrenzende kindertehuis om de baby te bezoeken die gesponsord gaat worden totdat de adoptie geregeld is. Daarna met de matatu door naar Thika om voor het eerst mijn boodschappen te gaan doen. Heerlijk gevoel om weer wat te eten in huis te hebben.
Vrijdagavond werd een ontspan avondje. Uit naar Nairobi om de Keniaanse opera 'Odienki' te gaan zien. Het was een gala avond geproduceerd door Baraka Opera Productions en gecomponeerd en geschreven door Frank (Francis William) Chandler, een oud Engels leraar aan de prestigieuze meisjesschool Limuru Girls School.
Eregast die avond was de president, rechter Joyce Aluoch, van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, een voormalig leerlinge van de school.
Het was een super avond. Het verhaal ging over een visser die zijn vrouw mishandelde en het hele dorp sprak schande van hem. Er was een verhalenverteller en een toverdokter die een vloek over hem uitsprak en aan het eind van de opera werd hij levenloos aan de oever van het Victoriameer gevonden. Het was een avond van zang, veel dans en prachtige outfits. Ik heb nog nooit zo'n gave opera gezien. Tijdens de voorstelling begon het te ontweren en de eerste zware donderslag leek onderdeel te zijn van de opera, maar het bleek buiten echt noodweer. Geregeld druppelden er grote druppels in rap tempo vanaf het plafond in de bak waar het orkest zich bevond. Na afloop was er nog tijd om wat te drinken en we hadden gedacht dat hiermede de zware regenval wel over zou zijn. Niets was minder waar, het was een hele klus om bij de auto te komen, die Marnix inmiddels had voorgereden, dwars door plassen en gutsende regen bij het instappen. Het werd een hel van een rit terug naar Thika. Het onweerde zwaar en de regen kwam met bakken tegelijk naar beneden. Niet gewoon veel regen, nee hozen. Daarbij was de weg naar Thika nog in aanbouw, is er geen verlichting of markering op de wegen en was het een flinke klus om veilig thuis te komen. Marnix deed het super. Het is ongelooflijk wat je onderweg tegenkomt. Brommers op de snelweg zonder licht, mensen die in auto's rijden zonder licht, bussen die gaan inhalen terwijl je geen hand voor ogen kunt zien. De weg werd soms secondenlang verlicht door bliksemschichten, wat een geheel een spookachtig beeld gaf. We reden met de alarmknippers aan om zo achteropkomend verkeer te waarschuwen. We zijn er gekomen en net voor twaalf uur waren we weer binnen.
Samen mens-erger-je-niet spelen
Zaterdag was een dag Donyo Sabuk. Ik was uitgenodigde om de certificaten van deelname uit te reiken aan alle twee en veertig jongeren die het april seminar wat door DISC (Donyo Integrated Sports Centre) was georganiseerd. Maar eerst heb ik bij DISC geholpen met het sorteren en samenstellen van de tenue's voor de teams. Alhoewel er eerst in gespeeld gaat worden, krijgen de drie winnende teams een tenue of shirt als prijs. Een geweldig kado en de coaches zijn dan ook erg blij met dit vooruitzicht.
Na samen met Charles de certificaten gemaakt te hebben, heb ik me met wat kleine kinderen bezig gehouden die de spelletjes bij DISC inmiddels hadden ontdekt. Niet dat ze wisten hoe ze domino of mens-erger-je-niet moesten spelen, maar de pret was groot. Samen met drie jongetjes van rond de acht heb ik een paar keer domino gespeeld en ze uitgelegd hoe dat werkt. Daarna wilden ze mens-erger-je-niet spelen en ook dit heb ik uitgelegd en al snel speelden ze het samen. Echt zo gaaf om te zien. Kinderen die vorige week nog nooit een spelletje hadden gezien, laat staan gespeeld, pakten het nu op alsof ze nooit anders gedaan hadden. Super!

Voor meer informatie over de activiteiten voor Circle4Life kun je terecht op www.circle4life.nl/nieuws
Hierop worden alle informatie, nieuwsbrieven en projecten geplaatst. Ook heeft Circle4Life een eigen facebook pagina op www.facebook.com/circle4life
 

vrijdag 17 februari 2012

Mwana Joshua

Zo troffen we Joshua aan
Inmiddels heb ik er al weer negen werkdagen op zitten. Achter elkaar. Morgen een dagje vrij en dan weer back to the community.

De werkzaamheden voor Circle4Life verlopen zeer voorspoedig, de besprekingen, de home visits, mijn trainee dagen met social workers. Alle berichten over de acties en projecten via Circle4Life zijn te volgen via www.stichtingcircle4life.blogspot.com


De dagen dat ik als trainee mee ga, zijn erg leerzaam. We maken heftige situaties mee. Ik volg de ochtendsessies met de social workers als zij de ervaringen van de vorige dag met de andere collega’s delen. De situaties worden besproken met elkaar en daarna gaat de groep op pad. Een van de bezoeken die we gedaan hebben, heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten.
Het eten voor de kinderen

We zouden een moeder met vier kinderen bezoeken, echter toen we aankwamen bij het huisje bleek er niemand te zijn. Het terrein rondom het huisje was een grote bende en pal voor het huisje was een soort kookplaats gemaakt die vol lag met rotzooi, een jiko met een soort deksel erbovenop stond tussen wat stenen, bij het oplichten ervan zagen we een laag rauwe bonen en mais die nog gepeld moest worden. De social worker was verontrust want er zouden hier kleine kinderen wonen maar die waren in geen velden of wegen te bekennen. Wel wisten we dat de moeder ’s ochtends vroeg naar haar werk ging en dat de kinderen ergens moesten zijn.
Door het raam zagen we grote bende, een vies oud dun matras lag in de hoek met een hele stapel kleren in de hoek.
Lekker in een warm badje
We besloten te wachten en na enige tijd kwam er een meisje aanlopen met een klein ventje aan haar hand. Het meisje droeg een schooluniform, het peutertje was bijna bloot op een te klein,kapot en erg vies shirtje na. Beiden liepen op blote voeten. We schatten het meisje rond de drie a vier jaar, het jongetje zo’n anderhalf. Toen ze dichterbij kwamen, schrokken we van het kleine kereltje. Een dikke buik en wondjes aan zijn voetjes. Zijn haren waren bruin en het was een echt ondervoed kind. Zijn zusje droeg in haar andere hand een bord met een vork, de kinderen waren waarschijnlijk op zoek naar eten geweest. Vol verbazing en ongeloof moesten we constateren dat dit kleine ventje dus gewoon alleen thuis gelaten werd en het huis niet in kon omdat dit afgesloten was met een slot. Er was niets te eten of te drinken voor hen. Ik heb de twee kleintjes water en granenbiscuit gegeven wat ik in mijn tas had meegenomen. Tegen vier uur kwamen er nog twee meisjes, het bleken de oudere zusjes te zijn. Zij kwamen van school terug en moesten nu aan het werk om eten te gaan maken. Er moest water gehaald worden, brandhout gezocht en daarna moest de mais gepeld worden en gekookt. Iets wat met rauwe bonen toch al snel een uur of drie zou duren. De wonden aan de voeten van het kleintje leken een soort zweren of beten van een beest. De onderkant van zijn linkervoetje was zwart en rafelig. Het zag er eng uit. Van het oudste meisje hoorden we dat de moeder ze om zes uur ’s ochtends buiten achterlaat. Ze kan het risico niet nemen om de deur open te laten omdat het huisje dan leeggehaald wordt. Als het meezit komt ze twaalf uur later weer terug. De kinderen zijn dus de hele dag op zichzelf aangewezen. We besloten de volgende dag terug te gaan en water, ontsmettingsmiddel en verbandmiddelen mee te nemen met een voorraadbak eten.
Zijn geblakerde voetje

We kwamen rond twaalf uur aan bij het huisje en tot onze grote verrassing bleek de moeder thuis te zijn. Ze werkt op een bloemenkwekerij en was tussen de middag naar huis gegaan om wat te eten te maken voor het jongetje. Met haar toestemming hebben we een warm badje gemaakt voor Joshua, het kleine jongetje. Ik had wat Dettol toegevoegd aan het water en hem van top tot teen gewassen. Daarna hebben we hem met zijn voetjes in het water gezet om te weken. De plekken op zijn voetjes zagen er naar uit, open en er waren er meer dan de dag ervoor. Hij had een rauwe hoest en toen kwamen de eerste gedachten door mijn hoofd dat hij weleens tb zou kunnen hebben. We hebben hem afgedroogd en in kleertjes gestoken die ik uit Nederland had meegekregen. Het was een heerlijk schoon mannetje. Omdat de situatie niet echt goed aanvoelde, heb ik met Grace besloten de moeder en het kind mee te nemen naar het ziekenhuis in de buurt. Zijn wonden werden verzorgd en het bleek dat zijn linkervoetje brandwonden had doordat hij in vuur gestaan had. Uit gesprekken met de moeder en social workers werd duidelijk dat dit een zeer triest gezin was. De moeder staat met haar rug tegen de muur. Ze woont met vier kinderen in een klein huisje, werkt zeven dagen in de week in een kwekerij tegen een hongerloontje en als de opzichter het niet zint, moet ze langer doorwerken of wordt er salaris ingehouden op het toch al kleine inkomen. Ze kan niet anders dan werken om iets voor haar kinderen te doen.
Nog even nageltjes knippen

Vandaag zijn we teruggeweest naar het ziekenhuis om rontgenfoto’s te laten maken van Joshua’s borstkas. Uitslag: TB in de zwaarste gradatie. Doordat hij ondervoed is, heeft hij totaal geen immuunsysteem meer. Gister had hij al antibiotica gekregen maar nu de TB diagnose is gesteld zou hij per direct over moeten op andere medicijnen. Wat schetste mijn verbazing? De artsen steggelden over het wel of niet geven van deze medicijnen omdat eerst de kuur voor de wonden afgemaakt moest worden, daarna zouden ze wel verder kijken. Toen wij uitlegden dat het ventje tijdelijk in een kindertehuis is opgenomen met alle risico’s vandien, konden er ineens wel medicijnen voorgeschreven worden die wel tegelijk met de antibiotica kunnen worden ingenomen.
In het ziekenhuis bij mama op schoot

Dinsdag moet hij terugkomen om te kijken of de medicijnen aanslaan, donderdag moet de moeder naar het ziekenhuis voor het checken van haar CD4 waarde (de moeder is HIV + en heeft al eerder aan de arv’s gezeten maar is hier zelf meegestopt omdat ze zich wel weer goed voelde) en ook bij haar en de drie andere kinderen zullen er rontgenfoto’s gemaakt worden.

We hopen dat Joshua snel op gaat knappen en weer terug kan naar zijn moeder en zusjes maar eerst gaan we zorgen dat de situatie veilig is. Een prachtjochie wat nog nooit speelgoed had gezien en niet wist wat hij met het rose telefoontje aanmoest wat ik voor hem had. Na lange tijd durfde hij het open te maken en op de knopjes voor de geluidjes te drukken. Om daarna op zijn knieen door de kamer van de dokter te gaan alsof de telefoon een auto was. Brommend als een motor kroop hij rond het bureau. Een kind is een kind. Ook hier!

vrijdag 25 november 2011

Update Doughlas Family Kenia



Doughlas helpt bij het uitzetten
Na een vertraging van een aantal weken, zijn de DISC jongeren dan nu eindelijk, samen met de fundi (werklui), begonnen aan de bouw van het nieuwe huis voor Doughlas en zijn familie. We hadden wat tegenslagen, het geld was vertraagd en het weer speelde enorme parten. Het heeft veel geregend in het gebied waardoor het niet goed begaanbaar was (en nog steeds is) en niet met de bouw begonnen kon worden.

Nu nog even vasthouden
En nu de palen in de grond

En toen kwam het zand voor de bouw
 Doughlas, zijn moeder en zusje zijn inmiddels ontslagen uit het ziekenhuis waar ze behandeld werden voor de enorme jigger infectie die zij hadden. Door de enorme inspanningen van de DISC jongeren was weken geleden al begonnen met een ‘grote schoonmaak’. Alles wat vies, kapot en over de datum was, werd verbrand en ook toen bleek dat het kleihutje niet meer te repareren was en er een nieuw huisje moest komen. Zeker met het oog op het naderende regenseizoen konden deze mensen niet in een hutje wonen wat zo lek als een gieter was. Eerder deze week was al begonnen met het uitzetten van de lijnen (en touwen) waar het nieuwe huisje moet komen, samen met Doughlas, die dapper mee hielp.

De stenen...
Door de sponsorbijdrage via Circle4Life kon dan nu echt gestart gaan worden. Donderdag 24 november, reden de vrachtwagens af en aan. Een vrachtwagen met zand, een vrachtwagen met stenen, mensen die overal vandaan kwamen om te helpen… En vandaag is dan eindelijk, regen en wind trotserend, begonnen met de bouw!!!

Weer een stap in de goede richting. De gezondheid van het gezin is weer op normaal niveau, er is voorlichting gegeven over hygiene en er is les gegeven in het verbouwen en bewerken van grond rondom het huis om zo te kunnen voorzien in de eigen behoefte en verantwoord voedsel te verbouwen. En… wat heel belangrijk is: zij zullen straks in staat zijn om voor zichzelf te zorgen zonder financiele hulp van derden. Gewoon door ze nu een duwtje (en een beetje hulp) in de goede richting te geven.
Iedereen helpt mee...

en nu bouwen...
Wij blijven de bouw volgen en houden u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

donderdag 17 november 2011

Het einde nadert…

Tweelingzusjes

Voor alles geldt nu… de laatste keer. Het laatste weekend, de laatste werkweek…
Het is al weer even geleden maar vrijdagavond hadden we een diner bij een Italiaans restaurant hier in Awasa. Zoals jullie weten, hebben de Italianen hier een aantal jaar het land bezet gehouden en is er het een en ander overgebleven uit die tijd. Zo ook de pizza. En ze zijn lekker. Dolce Vita is zo’n restaurant en wij waren uitgenodigd door de Nederlandse ambassadeur van de ambassade in Addis Abeba. Hij was, samen met een medewerkster en haar man, op doorreis en had via via een afspraak gemaakt omdat hij graag wilde weten wat ons ertoe had bewogen hierheen te gaan en wat wij er van vonden. Het was een gezellige avond alhoewel we wel het idee hadden dat de aandacht er niet voor iedereen volledig was. Zijn beleving was toch iets anders dan die van ons maar het was gezellig. Er werd regelmatig van stoel gewisseld en we sloten de avond af met een groepsfoto. 
Het zwembad bij Lewi Resort

Zaterdag en zondag werden met recht relax dagen. Zaterdag hebben we heerlijk aan het zwembad van het Lewi Resort, een groot hotel aan het meer van Awasa, gelegen, gezwommen en later heerlijk gegeten op het grote terras bij het hotel. Zondagmorgen was wat rond banjeren in de stad. Trudy wilde nog wat Ethiopische houten kruisjes kopen en daar waren we getuige van een toch wel erg triest en erg asociaal familie tafereel. Rondom de kerk stikt het van de zwervers en bedelende mensen en kinderen. Wij stonden bij het kraampje wat was uitgestald op de grond. Om ons heen vreselijk lastige mensen die continue om birrs vroegen. Totdat er ineens een jongen luid gillend en huilend zich op de grond liet vallen. Hij liep op blote voeten en had ergens ingetrapt. Zijn zusje bemoeide zich ermee en de moeder ontplofte en gaf het meisje een klap in haar gezicht. Hierop rende het meisje, haar schreeuwende broer achterlatend, weg, pakte een grote steen en wierp deze in de richting van haar moeder. Die ging op haar beurt met een nog grotere steen achter het meisje aan. Het meisje ontweek de steen en pakte een soort baksteen van de grond waarmee ze haar moeder wilde slaan. Het was echt te triest om te zien. Later hoorden we dat zich hier echt het laagste van het laagste ophield en dat dit een typisch voorbeeld is van armoede, asociaal leefgedrag en geen respect of opvoeding. Ongelooflijk triest.
De middag werd weer zwembad. Wat is dat toch lekker als je van die energievretende dagen werkt. We hebben genoten en zijn maandag met frisse moed weer begonnen aan de laatste werkweek.
Maandagmorgen op school bleek er weer een lerares niet te zijn. Gewoon niet komen opdagen en ook niet telefonisch bereikbaar. Gevolg… een klas van tussen de zeventig en tachtig leerlingen zonder onderwijzer. Mijn twee medevrijwilligers gingen op huisbezoek en ik heb de klas gedaan. Nou ja, gedaan… het was een regelrecht drama. Eerst alle kinderen recht op de grond gezet met hun benen naar voren en neuzen dezelfde kant uit. Stoelen of tafels zijn er niet en alle peuters en kleuters zitten op de vloerkleden op de kleigrond. Het onderwijsprogramma bestaat dagelijks uit het ABC leren. Continue achter elkaar herhalen. Ik ben dus maar met hetzelfde ritueel begonnen maar omdat de kinderen alleen Amhaars spreken en geen woord Engels was het wat moeilijk communiceren. De aandacht was al snel weg. Gek he, als je iedere dag hetzelfde hoort en moet. Dan maar de letters door elkaar. Fout… op een enkeling na was er niemand die me kon vertellen welke letter het was. Oeps… door naar de cijfers van 1 tot 10. Hetzelfde tafereel herhaalde zich en alleen de voorste kinderen deden mee. Ik was overigens zeer blij dat ik vanmorgen mijn kleine zorgenkindje Edilu tussen de kleuters zag zitten. Ze was al voor een kusje naar me toegekomen en deed dapper mee. Alles wat ik zei herhaalde ze en ze leek erg op haar gemak. Omdat zowel de letters als de cijfers geen succes waren, heb ik de dieren maar opgepakt. Huisdieren en wilde dieren maar ook hier bleek geen kruid gewassen tegen de ongeorganiseerde bende. Ze rolden over elkaar heen, vochten, schopten, sloegen elkaar en het was een kabaal van jewelste. De hoofdonderwijzer, die ik om hulp gevraagd had, wist het ook niet en kreeg de klas ook niet stil. Op zijn advies zijn we naar buiten gegaan en hebben twee kringen gemaakt. Een met meisjes en een met jongens. Om de beurt liet ik ze vanuit de cirkel een bal naar elkaar toegooien. Bij de meisjes was dit een groot succes, de jongens vermoordden elkaar zowat. Pffff…. Wat was ik blij dat het twaalf uur was. Geen haar op mijn hoofd die er over peinst om voor de klas te gaan staan. Ik had al respect voor onderwijzers maar als je hier onderwijzer bent, is het helemaal afzien. 
Home visit op de ezelkar

Dinsdag was home visit day. In grade 2 was me al eerder een jongen opgevallen die niets begreep van rekenen en schrijven. De leraar had me er al een keer bijgehaald om de klas te observeren omdat er een leerling was waar hij zich zorgen over maakte. Het bleek om dezelfde jongen te gaan. Hij had zijn naam achterhaald en dinsdagmorgen zouden we zijn huis bezoeken. Onderweg bleek echter dat deze tienjarige jongen hier zonder ouders woont. Zijn twee oudere zussen waren weggegaan uit hun geboortestreek om hier in Awasa naar highschool te gaan en hadden hun jongste broertje meegenomen om hem zo de kans te geven om beter onderwijs te volgen. De ouders en overige kinderen woonden hier zo’n zeventig km vandaan. Na de jongen getest te hebben, werd me duidelijk dat hij behalve misschien wat psychische problemen, totaal niet kan lezen en rekenen. Vermoedelijk is de oude school hier debet aan en donderdagmorgen zijn we zijn zussen gaan opzoeken om uit te vissen wat er gebeurd is.
Een andere gezin wat we bezochten woonde in de bergen en bleek te bestaan uit twee vrouwen en in totaal veertien kinderen in de leeftijd van 38 tot 15 jaar. De vader was in 1996 overleden toen het jongste kind nog net niet geboren was. Hij had twee vrouwen. De eerste vrouw woonde nog op de enorm grote compound met haar twee zonen en dochters. De vrouw zag er ziek uit. Bij navraag bleek ze al heel lang ziek te zijn en vermoedelijk een verwaarloosde malaria. De binnenkant van haar oogleden was geheel wit en haar ogen geel. Het ziet er naar uit dat haar lever is aangetast. We hebben nu een afspraak gemaakt met de twee zonen dat ze hun moeder meenemen naar de kliniek en… om muskietennetten aan te schaffen. Per gezin stelt de overheid er een gratis ter beschikking, de anderen zullen ze moeten kopen. Ook hier zijn we donderdagmorgen naar terug gegaan om te checken. Enigszins teleurstellend want geen van de afspraken bleek nagekomen. De latrine was niet afgemaakt, er waren nog geen muskieten netten met als excuus dat het kantoor wat ze verstrekt gesloten was en de zoon was nog niet met zijn moeder naar de kliniek geweest. Ze hebben nu echt beloofd hun belofte waar te maken. Ik heb ze oip het hart gedrukt voor hun moeder te zorgen. Verteld dat hun moeder er voor ze was toen zij klein waren en voor hen zorgden en dat het nu de tijd was om iets terug te doen, dat ze maar één moeder hebben en zij haar moeten verzorgen. Dinsdagmiddag staat nu de nieuwe afspraak en gaan de nieuwe vrijwilligers erheen.
Uitzicht vanaf de tukol van de familie

Woensdag was sportdag op school. Grade 1 viel als eerste de beurt en de onderwijzeres was al bezig toen wij aankwamen. Ellen II is met een deel gaan voetballen, Trudy ging met een deel touwtrekken en ik had een grote teil en zachte bal die mijn groep van grote afstand in de teil moest mikken. Het was tien minuten leuk en toen kwamen er weer van die vervelende grote jongens die voor de bal doken, of de bal wegschopten en luisteren ho maar. Na de pauze eerst bij de kleuterklas geholpen met cijfers schrijven. Echt, het leersysteem is hier zo beneden peil. Ze hebben een schrift waar bovenaan de bladzijde een cijfer is geschreven. Ze zijn nu met de cijfers 7 en 8 bezig en dat moeten ze dan een hele bladzijde lang naschrijven. Het wordt niet voorgedaan en ze worden aan hun lot overgelaten. Het verschil is dan ook mega. Sommige pikken het op, maar er zijn ook kinderen die zelfs de 0 en de 1 niet hebben geschreven. Ik heb bij een meisje gezeten die een poging deed de 2 te schrijven. Huilen met de pet op. Het werd een soort meeuw. Ook de drie lukte niet, ook een soort meeuw. Helaas is zij niet de enige, meer dan de helft van de klas is niet in staat de letters en cijfers normaal te schrijven. Controle is er niet en de schriften worden niet nagekeken. Raar he, dat ze het niet leren. Het zal een flinke klus zijn en worden om dit ooit op de rit te krijgen.
Tussen de middag was er weer panel discussion en deze keer was ik de voorzitter. Het werd een flop. Onze vertaler/social worker was niet op komen dagen ’s ochtends en verontschuldigde zich per telefoon enorm. De hoofdonderwijzer had ’s ochtends een afspraak buiten de school, was tien minuten aanwezig en moest toen naar de volgende (privé) afspraak. Een onderwijzer was er ziek, twee van zijn vrouwelijke collega’s moesten koken en een ander was naar huis gegaan. Gevolg, we zaten met twee onderwijzers waarvan er een maar heel kort tijd had, en een soort hulp op school, een neef van de pastoor. We hebben de regels die Trudy en ik op papier hadden gezet voor de leerlingen doorgesproken en het zal met de overige onderwijzers worden besproken. De drie die nu aanwezig waren, waren enorm in hun nopjes over het voorstel van regels. Ook voor de onderwijzers komen die regels, is nu ook nog een voorstel en het is aan de volgende groep vrijwilligers om hier mee verder te gaan. De motivatie voor Engelse les en de wekelijkse discussies leeft wel, maar ze moeten echt gaan leren om met overgave dit soort dingen te gaan oppakken. Wij doen het niet voor onszelf maar juist om hen een duwtje in de goede richting te geven en ze te laten zien hoe ze het zelf beter kunnen gaan doen. Als dit een beetje op de rit zou komen (ooit) dan is het onderwijs programma daarna aan de beurt. En dat is HEEL HARD NODIG.
Het waren drukke dagen en ze vlogen voorbij. Vandaag was dus de laatste werkdag het zit er nu op.
Op school hebben we een afscheidsceremonie gehad, er wsa lekker gekookt voor ons en de ene toespraak na de andere volgde. De pastoor, het kerkbestuur, Marije en toen... kregen we een certificaat uitgereikt voor onze inspanningen. We werden de hemel ingeprezen. We zijn er in geslaagd een begin te maken van de opbouw van dit project. Wij zijn klaar, het is nu aan nieuwe mensen om het voort te zetten en verder uit te bouwen.
Vrijdagmorgen vertrekken we om negen uur richting Addis Abeba en zaterdagavond laat vertrekt mijn vlucht naar Nederland om dan zondagmorgen weer aan te komen op Schiphol. Heerlijk om weer naar huis te gaan. Het is mooi geweest. Het zijn vier enorm drukke weken geweest waarbij nog maar een heel kleine stap in de goede richting gezet is. Maar… het begin is er en of het gaat lukken weet ik niet. De toekomst zal het gaan leren.

vrijdag 11 november 2011

Wikken en wegen

Edilu

Wat is wel belangrijk, wat is niet belangrijk. Moet je wel dat ene kind helpen, of moet je het geheel gaan zien. De keuze om het kleine meisje wat bij haar oma woont te helpen, is voor sommige mensen moeilijk te vatten. Waarom nou juist zij. Waarom alleen dit meisje terwijl er nog zoveel anderen zijn. Juist dit meisje omdat de hulp aan haar zo hard nodig was, juist dit meisje omdat als er niets gedaan zou worden ze zou overlijden, juist dit meisje omdat je ergens moet beginnen. Zonder hulp had ze geen kans gehad. Psychisch is ze instabiel, haar leven lijkt emotieloos en daarnaast vertoonde ze het begin van ondervoeding. Haar leventje lijkt nu de goede kant op te gaan. Het is tegenstrijdig want zij heeft nu geluk dat haar leven wordt bekeken en ze wordt geholpen en ja, ik weet dat er heel veel kinderen zijn die ditzelfde lot verdienen. Misschien was het haar lot om geholpen te worden, was het een lotsbestemming die bepaalde dat zij een beter leven verdiende. Ik weet het niet, wat ik wel weet, is dat ik blij ben dat we voor dit kleine meisje het verschil konden maken. En dat telt.
De week op school verliep in rap tempo. Door het ziekenhuisbezoek van dinsdag bleef er niet zo veel meer van de week over. Woensdagmorgen was sportochtend en deze dag werden we verrast door de komst van drie studenten die een sport- of sportgerelateerde opleiding volgen. Zij waren al sinds oktober in Ethiopie en zijn bezig met het opzetten van een jaarlijks terugkerende fietswedstrijd in Ethiopie. Woensdagmorgen kwamen ze helpen op school. Er was een klas van rond de zestig kinderen, die deze vroege morgen geen leerkracht had en hen viel het geluk ten deel om mee te mogen doen aan de sportles. Het was een hele klus, de meisjes en jongens werden gescheiden, wat het maken van afspraken al een stuk vereenvoudigde. Maar het was alsnog bijna ondoenlijk om ze in een kring te krijgen of netjes in rijen. Ik zat in de groep met jongens en er werd driftig geprobeerd een bal vanuit een cirkel naar een ander over te spelen. Bij het zien aankomen van de bal, verlieten diverse kinderen de kring om de bal met een knal de andere kant op te schieten. Ook het estafette lopen was een uitdaging. Tot de pauze ging het goed, daarna opende de Ethiopische hemel zich en heeft het vervolgens bijna de hele morgen gestortregend. Trudy en ik hebben ons toen maar verdiept in het opstellen van de regels voor de leerlingen, maar ook de regels voor leerkrachten. Een soort gelofte waarin ze beloven zich te houden aan de rechten van het kind, zich inzetten voor hun klas en zo nog meer. Volgende week woensdag hebben we weer Panel Discussion en zullen de regels besproken worden. Inmiddels heb ik alle verslagen van de home visits in de community kunnen uitwerken, ik had hier woensdagmiddag na de lunch een uur vrij voor genomen, en uitgeprint zodat deze in de map kunnen voor de volgende groep vrijwilligers. Nu nog een nieuwe social worker die Mulatu op gaat volgen en dan heb ik er wel vertrouwen in.
Het naar school gaan en terugkomen in het pension blijft een belevenis. Iedere ochtend worden we opgehaald door een bajaj, een soort brommertje met een achterbak waarin drie mensen onder een afdakje kunnen zitten. Het is nog geen dag gelukt om op tijd weg te zijn, laat staan op tijd ergens te komen. Met veel ergernissen en de meest rare kapriolen onderweg komen we dan een kleine tien minuten later aan bij de pastoor voor ons ontbijt. Inmiddels weet de vrouw van de pastoor dat het snel moet en kunnen we binnen twintig minuten onze tocht vervolgen naar het begin van het zandpad naar de school. In de paar weken dat we hier zijn, is de bajaj al diverse malen gewijzigd. Dan is er een rijder die geen papieren heeft en door de wegpolitie van de weg is gehaald, dan hebben we er een die geen Engels praat en niets begrijpt, dan is er een verschil over de tijden. Altijd is er wel wat. Ook met het ophalen van school is het precies hetzelfde. Het blijft een belevenis. Als we laat in de middag samen op pad gaan met de bajaj weten we inmiddels al wel dat we niet meer dan 1,5 birr per persoon moeten betalen, ongeveer 6 euro cent, maar omdat we blank zijn, proberen ze ons regelmatig een poot uit te trekken. Maar…. we worden er steeds handiger in.
Donderdagmiddag op school was environmental cleaning. Gewapend met een blauwe emmer begon ik met het oprapen van papiertjes en stukjes plastic. Binnen de kortste keren hielpen er tientallen kinderen mee. Een groot deel van het schoolterrein hebben we zo schoongemaakt. Helaas lopen er ook jongens tussen die alleen maar vervelend willen zijn en negatieve aandacht vragen. Graaien in de emmer en het vervolgens gewoon op de grond laten vallen. Of bijeen ander schoenen uittrekken en die in de emmer gooien. Ze proberen ons gewoon uit en als je een beweging maakt om achter ze aan te gaan, zijn ze zo vlug als water en verdwenen. Er is een jongetje uit grade 2 die het steeds voor me opneemt. Het was me al eerder opgevallen deze week dat als er lastige kinderen waren, hij het voor me op nam en hielp de kinderen weg te sturen. Ook nu met het vuilrapen deed hij enorm zijn best. Hij praat dan heftig tegen ze en vertelt mij in het Amhaars hoe en wat. Jammer, dat ik niet kan verstaan wat hij zegt maar je ziet het, ook hier zijn er gelukkig kinderen die wel willen. En door dit soort activiteiten te ondernemen, proberen we ze langzaam aan een verschil duidelijk te kunnen maken.
Donderdagavond was een uitdaging. We hadden de pastoor, het kerkbestuur en onze maatschappelijk werker Mulatu uitgenodigd voor een diner. Gewoon informeel om elkaar wat beter te leren kennen en als dank voor de inzet van de pastoor en Mulatu. Omdat het weer enorm hoosde en buiten eten niet mogelijk was, zaten we weer bij Blue Nile maar nu binnen. We hadden vooraf bedacht dat het leuk zou zijn om wat om en om te gaan zitten zodat onze twee culturen zouden mixen en we een leuk gesprek konden voeren. De praktijk viel iets anders uit. Het kerkbestuur, zo bleek achteraf, had elkaar al lang niet gezien en binnen de kortste tijd zaten de acht mensen van de kerk met de koppen bij elkaar en bleven wij als vrijwilligers, Marije en Tardessa, de hoofdonderwijzer van Rohobod school, in een eigen groepje achter. Ach het is en blijft Afrika en ook dit liep dus ook wat anders dan wat wij gewend zijn. Ze hebben in ieder geval genoten van een heerlijke maaltijd met injera en diverse Ethiopische gerechten en ook wij hebben het gezellig gehad. En daar ging het om.
Vanmorgen, onze vrije dag, liepen we naar de markt en al snel dook ons zoethoutstok jongetje op. Hij is ons de hele weg gevolgd op zijn blote voetjes. Als wij stopten bij een winkeltje bleef hij wachten. Soms probeerden mannen hem zijn stokjes te ontfutselen en een paar keer is het gelukt door deze mannen aan te blijven staren, dat ze hem toch de vereiste birr betaalden. Op de markt was het een grote modderbende. Het jongetje liep nog steeds mee. Bij de eerste grote kruising had Trudy hem een hand gegeven bij het oversteken en bij de twee grote weg, gaf hij mij een hand. Op de markt hebben we gezegd dat hij zijn eigen weg moest gaan maar dat lukte niet echt. Een twintig meter verderop bleef hij wachten. Op de terugweg naar de doorgaande weg, heb ik bij een klein tweede hands marktkraampje zwarte slippers, een soort autobandslippers, voor hem gekocht voor 25 birr, nog geen euro! En toen begon het weer te regenen, wat een geluk dat hij op zijn slippertjes liep nu, al vraag ik me wel af voor hoelang. Hij was er wel groos mee maar je weet het hier nooit, of ze worden hem afgepakt of hij verkoopt ze. We zullen het zien. We hebben hem op straat in de regen achtergelaten. Zijn t-shirt ver over zijn hoofd getrokken als bescherming tegen de regen....

dinsdag 8 november 2011

Vlechtjes, nijlpaarden en het ziekenhuis

Afrikaanse hoofden

Hoe groot kan het contrast zijn. Kleine vlechtjes en grote beesten spotten. We hebben het alletwee gedaan. Zaterdagmorgen zaten we met z’n drieen bij de Ethiopische kapper om onze haren van een echt kunstwerk te laten voorzien. De reacties zijn geweldig en veel Ethiopiers staren ons aan en geven complimenten. Het is wel lachen, maar los haar voelt toch wat prettiger. Al die vreselijk strak ingevlochten vlechtjes trekken aan je hoofdhuid en met de zon erop gaat het ook nog eens kriebelen. Maar ja, nu krijgt het bolletje ook zonJ
Het andere uiterste was de nijlpaarden die in Lake Awasa ronddobberen te zien. Met een klein lekkend bootje zijn Wia, een medevrijwilligster, en ik zondagmiddag het meer opgegaan en na een half uur zagen we in de verte wat bruine vormen boven water uitkomen. En ja hoor, het bleek om een groep nijlpaarden te gaan die aan de noordkant van Lake Awasa ‘woont’. Wat een logge en grote beesten. Tot op veilige afstand hebben we ze benaderd. Te dichtbij kan ook niet omdat ze hun territorium verdedigen en te dichtbij betekent ook dat het bootje dan om kan kiepen. Onze missie was geslaagd en de verkoelende wind maakte de tocht zeer aangenaam. 
Nijlpaarden in Lake Awasa

Voor de boottocht over Lake Awasa hebben Wia en ik over de markt gezworven. Alleen de weg er naar toe was al leuk. Halverwege hoorden we een hoop gezang en in een soort zaaltje van golfplaten met ventilatoren !!! aan het plafond. Achterin stonden mensen te klappen en sommigen staken handen omhoog. Een Ethiopische kerkdienst. Zachtjes zijn we naar binnen geslopen en hebben even op de achterste rij gezeten. Of de dienst nou al bezig is of niet, er kunnen altijd mensen binnenkomen. Zwervers, straatkinderen, mensen die super netjes gekleed waren, sommigen op hoge hakken, met of zonder (kleine) kinderen, iedereen was welkom. We hebben het een kwartier gevolgd en zijn toen weer verder gegaan. Veel Ethiopiers hebben de vervelende eigenschap je aan te spreken met ‘YOU’ en als het daar nou bij bleef viel het nog mee, maar sommigen grijpen je arm of voegen eraan toe ‘money’ of ’you give me money’en houden vervolgens hun hand op. Zelfs kleintjes die nog maar net kunnen praten leren zo om te bedelen. Als je je dan omdraait en tegen hen zegt  ‘you give me a birr’ beginnen ze te grijnzen en al snel staat er dan een hele groep jongeren omheen want dat is wel bijzonder, een blanke die om een birr vraagt. Het helpt, want ze druipen wel af dan. Het is uiteraard de arme bevolking die zich tot deze nare gewoonte wendt. De beter gesitueerde Ethiopier is over het algemeen zeer behulpzaam en vriendelijk. Als je de weg niet weet of je wilt iets weten waar je bepaalde dingen kunt kopen, zijn ze altijd bereid te helpen. Vanaf de markt naar het meer is ongeveer een half uur lopen en vlak bij het meer kwamen we het jongetje met de zoethoutstokjes weer tegen. Een ventje van een jaar of acht, die iedere dag op de drukke wegen zoethoutstokjes (hier een soort tandenstokers) probeert te verkopen. Als we hem zien, kopen we voor 50 cent of 1 birr een stokje. Zo heeft hij bijna iedere dag wel een birr. Hij werkt tenminste voor wat geld en dat kun je van veel anderen niet zeggen.
Ethiopische verhuiswagen

En zo is de derde werkweek weer begonnen....We hebben na overleg met Mulatu besloten een schema te maken met vaste werkzaamheden zodat de leraren ook weten wanneer de vrijwilligers op school zijn en wat er gedaan gaat worden. Per week wordt dan gedetailleerder ingevuld welke werkzaamheden nodig zijn maar… het begin is er en het schema staat vast. Nu alleen nog uitprinten en een exemplaar lamineren zodat dit in de lerarenkamer kan worden opgehangen. 

Vandaag, dinsdag, hebben wij bij de familie van Ebilu, het vijfjarige meisje waar ik eerder over schreef, haar verjaardag gevierd. Ze was 15 oktober jarig geweest maar niemand die dat viert. Omdat we ons grote zorgen maakten over haar status en gezondheid was besloten haar verjaardag te vieren om haar wat op te vrolijken. Het werd een supermorgen. De meegebrachte koffiebonen werden traditioneel gebrand en er werd koffie gezet. Ook werd er maisbrood gebakken in bananenbladeren. Het feest was compleet met popcorn en wat lollies en snoep voor de neefjes en nichtjes. Ik had zaterdag op de markt een rokje,  shirtje en onderbroekje voor haar gekocht wat ze aan mocht voor de officiele ceremonie. Na het feest zijn we naar het universiteitsziekenhuis gegaan om haar te laten registreren. Om twee uur mochten we terugkomen voor een consult op de pediatrische afdeling.
Klokke twee uur waren we er, ze werd gemeten en gewogen. Tien kilo met haar nieuwe kleertjes aan. Veel te licht voor een meisje van vijf jaar. Haar armomtrek werd gemeten en daar kwam uit dat ze op de rand van ondervoeding verkeert. Bij de kinderarts werd bloed geprikt en gelukkig bleek haar status negatief. Op naar de volgende afdeling. Het laboratorium. Samen met haar oma moest er wat van haar ontlasting opgevangen worden voor onderzoek. Omdat ze al maanden, zo niet langer, klaagt over buikpijn, diarree en spugen kan hier mogelijk ook een oorzaak zitten voor haar teruggetrokken gedrag. Er blijkt een parasiet in haar lichaampje te zitten en hier heeft ze medicatie voor gekregen. Ook is ze in een voedselprogramma opgenomen en moet dagelijks sachets met speciale voeding eten. Het is gemaakt van noten en bevat alle noodzakelijke voedingssupplementen. Ze blijft voorlopig onder controle van het ziekenhuis en moet over twee weken terug. Daarnaast zal ze psychish onderzocht worden vanwege het emotieloos reageren en haar apathie. In het ziekenhuis heb ik met haar gespeeld, tot groot plezier van de overige mensen. Er zat een meisje met een baby naast ons die hard huilde en we gingen het huiltje nadoen, binnen no time deed ze me na. Toen zijn we het geluid van een hinnekend paard gaan doen en daarna een blaffende hond. En echt het was zo grappig. Ze deed me in alles na en had zelfs lol. Als ik haar knuffelde, kreeg ik een kus. Ik ben blij dat ik nog anderhalve week hier ben om haar af en toe te bezoeken en om te kijken of de oma haar de medicijnen en voeding geeft. Een dag om niet te vergeten. Het leven van weer een meisje gaat de goede kant op! 
Het jongetje met de zoethoutstokjes